Naam : BSO KnapKwiek
Naam beleidsmedewerker : A.Sabunaeva
Adres : Nieuwlandseweg, 4
Postcode/plaats : 3824 XT
Emailadres : sasha@knapkwiek.nl
LRK nummer : 306682606
Inhoudsopgave
Hoofdstuk Pagina
1 Inleiding
Voor u ligt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid van BSO KnapKwiek. Met behulp van dit beleidsplan hopen wij ouders/verzorgers, pedagogisch medewerkers, stagiaires, vrijwilliger, toezichthouder GGD en andere belangstellenden meer inzicht te geven in de werkwijze van BSO KnapKwiek.
Met als doel de kinderen en medewerkers een zo veilig en gezond mogelijke werk, speel en leefomgeving te bieden waarbij kinderen beschermd worden tegen risico’s met ernstige gevolgen en leren omgaan met kleine risico’s. Dit beleidsplan is geldig vanaf 30.05.2025. Om tot dit beleidsplan te komen hebben we ons eerst verdiept in diverse thema’s. Centraal stond hierin dat ons beleid leidt tot een zo veilig en gezond mogelijke werk-, speel- en leefomgeving. Indien noodzakelijk zijn er maatregelen opgesteld voor verbetering.
A.Sabunaeva is eindverantwoordelijke voor het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid. Een beleid komt in de praktijk echter pas goed tot zijn recht als alle medewerkers zich betrokken voelen en het beleid uitdragen. Daarom zal er tijdens elk teamoverleg een thema, of een onderdeel van een thema, over veiligheid of gezondheid op de agenda staan. Dit om continu in gesprek te blijven over het beleid. Zo blijven we scherp op onze werkwijzen en kunnen we bij veranderingen in de omgeving of situatie, zoals bij verbouwingen of veranderingen in de inrichting, direct controleren of het beleid al dan niet moet worden aangescherpt.
We kunnen met dit plan niet alle incidenten voorkomen. Er kan altijd iets misgaan. Daarom is onderdeel van ons beleid dat wij kinderen leren om op een goede manier met risico’s om te gaan. Het zijn leermomenten die zij ook thuis kunnen toepassen.
Mocht u aanvullingen hebben of tegen iets aan lopen dat in het beleid moet worden opgenomen, dan horen we dat graag. Wij hechten veel waarde aan de mening van ouders en vinden ouderbetrokkenheid erg belangrijk. Wij staan altijd open voor suggesties om het verblijf van veiliger en gezonder te maken.
Het actuele beleidsplan Veiligheid en Gezondheid zal voor de groepsleiding en ouders/verzorgers altijd op de groep beschikbaar zijn.
1.1 Beschrijving van de locatie
Opvangvorm
Binnen KnapKwiek is de opvangvorm buitenschoolse opvang beschikbaar. De opvang bestaat uit buitenschoolse opvang en vakantieopvang.
Opvanglocatie
BSO KnapKwiek is gevestigd Nieuwlandseweg, 4 te Amersfoort
Stamgroep
Binnen BSO KnapKwiek is de volgende stamgroep:
Naam Stamgroep
Maximum aantal
Leeftijd kinderen
KnapKwiek
22
4-12
Inrichting
KnapKwiek beschikt over voldoende binnenruimte. Er is voor elk kind tenminste 3,5 m2 speelruimte aanwezig. De groepsruimte binnen is kindvriendelijk ingericht en in overeenstemming met het aantal en de op te vangen kinderen en de ruimte is zo ingericht dat alle leeftijdsgroepen zich er thuis voelen.
Daarnaast is er een aangrenzende buitenruimte beschikbaar die beschikt over tenminste 3 m2 buitenspeelruimte per kind.
De locatie straalt een open cultuur uit voor kinderen, ouders en medewerkers doordat er gebruik gemaakt is van ramen op de groep vanuit de hal, maar ook naar de buitenspeelruimte toe. Hierdoor kun je gemakkelijk van de ene ruimte naar de andere (buiten) ruimte kijken en luisteren. Voor de pedagogisch medewerkers is het prettig dat zij overzicht hebben over de hele groep. Dit is ook belangrijk voor de veiligheid. Maar de meeste tijd zijn kinderen bezig met activiteiten die in het programma staan. De locatie wordt onder schooltijd gebruikt als kantine van tennisvereniging. Over het gebruik zijn duidelijke afspraken gemaakt.
2 Missie en visie
Veiligheid en gezondheid missie:
Wij vangen kinderen op in een veilige en gezonde opvang. Dit doen we door:
- kinderen af te schermen van grote risico’s
- kinderen te leren omgaan met kleinere risico’s
- kinderen uit te dagen en te prikkelen in hun ontwikkeling
Veiligheid en gezondheid visie:
Vanuit de wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang dienen wij een beleid te creëren ten aanzien van Veiligheid en Gezondheid waar alle medewerkers zich verantwoordelijk voor voelen. De belangrijkste aandachtspunten binnen het vormgeven van het beleid zijn: 1) het bewustzijn van mogelijke risico’s, 2) het voeren van een goed beleid op grote risico’s en 3) het gesprek hierover aangaan met elkaar en met de externe betrokkenen. Dit alles met als doel, een veilige en gezonde omgeving te creëren waar kinderen onbezorgd kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen.
BSO KnapKwiek staat voor kinderopvang waar gewerkt wordt vanuit passie en vanuit waar we een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling, opvoeding en verzorging van kinderen. Het blijven uitdagen van kinderen en het leren omgaan met verschillende soorten situaties vormen daarvan een belangrijk onderdeel. Een veilige en gezonde leef- en activiteiten omgeving vormt de basis van dit alles.
3 Grote risico's
In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste grote risico’s die op onze locatie kunnen leiden tot ernstige ongevallen, incidenten of gezondheidsproblemen. We hebben de risico’s onderverdeeld in drie categorieën; fysieke veiligheid, sociale veiligheid en gezondheid. Per categorie hebben we maximaal 5 belangrijke risico’s benoemd met de daarbij behorende maatregelen die zijn of worden genomen om het risico tot het minimum te beperken. Als extra hoofdstuk hebben wij de brandveiligheid bijgevoegd. Voor de overige risico’s Voor de overige risico’s is de inventarisatielijst van 27 maart 2025 als basis gebruikt voor dit plan en is deze ter inzage beschikbaar op de locatie.
3.1 Fysieke veiligheid
Ten aanzien van fysieke veiligheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:
· Vallen van hoogte. Genomen maatregelen zijn:
Er zijn geen hoge objecten in de ruimte, behalve de bar, waarop kinderen niet mogen klimmen. Dit wordt actief gecommuniceerd en gecontroleerd door de begeleiders. Buiten mogen de kinderen niet op het speelhuisje of een standbeeld klimmen en gebruiken zij voorwerpen zoals bedoeld. Ze mogen niet op de tennisbaan zonder begeleiding en ook geen gebruik maken van de scheidsrechter stoelen die daar staan.
· Elektrocutie. Genomen maatregelen zijn:
Alle stopcontacten en elektrische apparaten gaan goed onderhouden worden. Stopcontacten gaan voorzien worden van beveiliging en snoeren worden buiten bereik van kinderen gehouden. Regelmatige controle van elektrische installaties wordt uitgevoerd.
· Beknelling. Genomen maatregelen zijn:
Kinderen mogen niet met deuren spelen. Bij goed weer wordt de deur opengezet om te voorkomen dat de deuren open en dicht blijven gaan. Kinderen mogen niet zonder toestemming naar buiten en hen wordt geleerd niet vlak voor- of achter de deur te spelen. In- en uitgaan gebeurt alleen met toestemming zodat onnodig heen en weer lopen wordt geminimaliseerd.
· Verstikking. Genomen maatregelen zijn:
Er wordt regelmatig een veiligheidsinspectie uitgevoerd om verstikkingsrisico’s te minimaliseren. Spelmaterialen en speelgoed worden gecontroleerd op geschiktheid voor de leeftijd van de kinderen. Koortjes hangen hoog.
· Vergiftiging. Genomen maatregelen zijn:
Schoonmaakmiddelen en andere potentieel giftige stoffen worden buiten bereik van kinderen opgeslagen in afgesloten kasten. Er wordt uitsluitend gebruikgemaakt van kindvriendelijke en niet-giftige materialen.
· Verbranding. Genomen maatregelen zijn:
Hete dranken en verwarmingsapparaten worden buiten bereik van kinderen gehouden. Deze staan in de keuken, achter de bar, die met een hekje is afgesloten. EHBO-middelen voor brandwonden zijn beschikbaar.
· Verdrinking. Genomen maatregelen zijn:
Er is geen direct water buiten of in de speelruimte dat een risico vormt. We maken zomers geen gebruik van een zwembad op de BSO.
3.1.1 Handelswijze na voorval fysieke veiligheid
Wanneer zich een ongeval of bijna ongeval heeft plaatsgevonden met betrekking tot de fysieke veiligheid, volgen wij ons ‘stappenplan ongevallen en registratie ongevallen’. Het stappenplan en een ongevallenregistratieformulier is bijgevoegd als bijlage.
3.2 Sociale veiligheid
Ten aanzien van sociale veiligheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:
- Grensoverschrijdend gedrag. Genomen maatregelen zijn:
- Kindermishandeling. Genomen maatregelen zijn:
- Vermissing. Genomen maatregelen zijn:
Grensoverschrijdend gedrag
Grensoverschrijdend gedrag door volwassenen of kinderen kan een enorme impact hebben op het welbevinden van het getroffen kind. Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan we seksuele, fysieke en psychische grensoverschrijdingen. Bij BSO KnapKwiek heeft dit dan ook bijzondere aandacht.
Er geldt een duidelijke gedragscode voor zowel kinderen als medewerkers. Wij creëren een veilige sfeer waarin kinderen leren elkaars grenzen te respecteren. Medewerkers signaleren actief gedrag dat niet door de beugel kan en grijpen direct in. Er is aandacht voor sociale vaardigheden, weerbaarheid en respect.
Om misbruik te voorkomen worden er verschillende protocollen gevolgd: de Meldcode, ons pestprotocol maar ook het agressieprotocol.
In hoofdstuk 6.1 gaan we dieper op grensoverschrijdend gedrag door volwassen, maar ook op grensoverschrijdend gedrag door kinderen
Kindermishandeling
We werken bij BSO KnapKwiek met de nieuwste Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De huidige Meldcode bevat een afwegingskader, toegespitst op de eigen praktijk, afwegen of het noodzakelijk is een melding te doen bij Veilig Thuis. Hieronder het nieuwe afwegingskader. Dit is een beknopt overzicht, de uitvoering ervan staat in de Meldcode zelf.
Stap 1 in kaart brengen signalen
Stap 2 overleggen met een collega en eventueel Veilig Thuis
Stap 3 gesprek met cliënt
Stap 4 wegen geweld of kindermishandeling
Stap 5 beslissen aan de hand van het afwegingskader
- Afweging 1: Is melden noodzakelijk?
- Afweging 2: Is hulpverlening (ook) mogelijk?
Het stappenplan en alle andere items uit deze Meldcode zullen ook behandeld en besproken worden tijdens ons teamoverleg. Tijdens dit overleg bespreken we ook kinderen met opvallend gedrag en zorgkinderen. De Meldcode is bijgevoegd bij het Veiligheid en Gezondheidsbeleid van BSO KnapKwiek.
Vermissing
Om vermissing te voorkomen, nemen wij de volgende preventieve maatregelen:
- Streng deurbeleid. Wij kijken wie er aan de deur staat alvorens wij de deur opendoen.
- De buitendeur is voorzien van een code dat alleen door medewerkers bediend kan worden.
- De pedagogisch medewerkers houden op dag-lijsten ( Ipdad) bij hoeveel kinderen er
aanwezig zijn en noteren wanneer een kind is opgehaald
- Kinderen mogen alleen opgehaald worden door iemand anders wanneer de
pedagogisch medewerkers hiervoor toestemming hebben van de ouders en bekend
is wie het kind op komt halen
- Er word toezicht gehouden wanneer de kinderen in de omheinde buitenruimte
spelen.
Handelswijze na vermissing
Wanneer er ontdekt wordt dat een kind uit de groep mist, kan je een aantal dingen doen die helpen het vermiste kind op te sporen. Dit betreft niet alleen het zelf zoeken naar het vermiste kind, maar ook verzamelen van informatie over het kind en over de omstandigheden van de vermissing. Bij vermissing volgen wij ons Protocol Vermissing. Het Protocol Vermissing is op te vragen bij het BSO KnapKwiek.
3.3 Gezondheid
Het beleid Gezondheid draagt bij aan het bewerkstelligen van een gezond leefmilieu voor kinderen, ouders en de medewerkers op ons kinderdagverblijf.
Ten aanzien van gezondheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:
- Gastro enteritis (bijvoorbeeld diarree door onhygiënisch werken)
- Voedselinfectie of voedselvergiftiging
- Infectie via water (legionella)
- Huidinfectie (bijvoorbeeld krentenbaard)
- Luchtweginfectie (bijvoorbeeld RS virus)
Verspreiding van en besmetting met deze gezondheidsrisico’s voorkomen we op de volgende manieren:
Verspreiding via de lucht:
· Hoest- nies discipline
· Ventileren en luchten
Verspreiding via de handen:
· Handhygiëne op de juiste momenten en juiste manier
· Persoonlijke hygiëne zoals kleding, nagels en sieraden, handschoenen
· Kinderen leren om hun handen te wassen.
Via voedsel en water:
· Voedsel/water hygiëne en voedsel-/waterveiligheid.
Via oppervlakken (speelgoed):
· Goede schoonmaak.
· Voorafgaand aan de start van de BSO wordt de ruimte geïnspecteerd. Er zijn afspraken gemaakt met de vereniging over het gebruik van de ruimte, en de ruimte wordt altijd netjes en schoon achtergelaten.
· We werken via protocollen
Wij gebruiken Hygiënecode voor kleine instellingen in de branche Kinderopvang, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening en Jeugdzorg en werken voor het voorkomen van (de verspreiding van) ziektekiemen volgens de Hygiënerichtlijnen voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang.
Deze documenten kunnen worden opgevraagd bij BSO KnapKwiek.
Schone speel- en leefomgeving
Gezondheid begint bij een schone speel- en leefomgeving. Kinderen horen op te groeien in een veilige en gezonde omgeving. Hierbij is het een eerste vereiste dat de binnen- en buitenruimte van het BSO schoon en hygiënisch is. De medewerkers en leidinggevende zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het schoonmaakbeleid.
Zieke kinderen
Wij zijn van mening dat als kinderen ziek zijn, ze het beste thuis kunnen blijven. Thuis krijgen ze de zorg en aandacht die ze op dat moment nodig hebben en die de pedagogisch medewerker op de groep niet kan bieden. Een ziekmelding dient telefonisch doorgeven te worden, bij voorkeur voor aanvang van de geplande opvang (dag/tijd). Bij twijfel kan er dan overlegd worden of het verstandig is het kind te laten komen. Wordt een kind ziek tijdens de opvang, nemen wij contact met de ouders op voor overleg.
In geval van kinderziektes houden wij ons aan de richtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid; Informatie over ziektebeelden voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. Deze richtlijnen zijn op te vragen bij BSO KnapKwiek.
Ook hanteren wij zelf de KIDDI website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid.
Het toedienen van medicijnen op verzoek
Kinderen krijgen soms geneesmiddelen of andere middelen (bijvoorbeeld zelfzorgmiddelen) voorgeschreven die zij een aantal malen per dag moeten gebruiken, dus ook gedurende de tijd dat zij op de opvang zijn. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld pufjes bij astma, antibiotica, of zetpillen bij bijvoorbeeld toevallen. Indien ouders medewerkers vragen deze middelen aan hun kind te geven, zal de ouders gevraagd worden schriftelijk toestemming te geven. Meestal gaat het namelijk niet alleen om eenvoudige middelen, maar ook om middelen, die bij onjuist gebruik, tot schade van de gezondheid van het kind kunnen leiden.
Wij kennen hiervoor een medicijnprotocol, waarin o.a. schriftelijk wordt vastgelegd:
¥ om welke geneesmiddelen het gaat
¥ hoe vaak deze gegeven moeten worden
Een gezond binnenklimaat
Het binnenmilieu is de leefomgeving binnen in een gebouw. Voor een gezond binnenmilieu zijn de volgende factoren van belang: luchtverversing, temperatuur en vochtbalans en de kwaliteit van de (binnen)lucht. Om de luchtkwaliteit goed op peil te houden wordt er bijvoorbeeld voldoende geventileerd. Vooral bij infectieziekten die via in de lucht zwevende kleine druppeltjes worden overgedragen is een goede ventilatie belangrijk om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Daarnaast is ventilatie ook belangrijk voor het afvoeren van hinderlijke geuren en anderszins schadelijke stoffen
Ook proberen we ervoor te zorgen dat er binnen altijd een aangename temperatuur is van minimaal 18 graden. CV en andere ventilatiesystemen worden frequent preventief nagekeken om problemen te voorkomen.
Een gezond buitenmilieu
Wanneer kinderen buitenspelen checkt een pedagogisch medewerker altijd eerst de
buitenruimte op de aanwezigheid van ongedierte, insecten, brandnetels, uitwerpselen van dieren,(zwerf)afval en andere zaken die een risico vormen voor de veiligheid en daarmee ook de gezondheid van kinderen. Is er iets niet in orde dan wordt dit direct verholpen of er worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de gezondheid van kinderen niet in gevaar komt.
In de zomerperiode wordt er gezorgd voor voldoende schaduwplekken en worden de kinderen ingesmeerd met een zonnebrandcrème factor 50.
Voor een gezond binnen- als buitenmilieu houden wij ons aan de richtlijnen Binnen- en buitenmilieu voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang van het LCHV.
3.4 Brandveiligheid
Hieronder beschrijven wij naast de algemene risico’s en maatregelen de veiligheidsrisico’s en maatregelen die wij hebben genomen met betrekking tot de brandveiligheid van het verblijf.
Afspraken:
- Uiteraard doen wij er alles aan om een brand te voorkomen. Zo maken wij geen gebruik van onder andere kaarsen of snel ontbrandbare materialen
- Decoratiemateriaal of knutselen van kinderen zijn zoveel mogelijk aan de zijkanten (muren) van het verblijf bevestigd of geïmpregneerd / brandvertragend gemaakt
- Alle aanwezige brandblusmiddelen, rookmelders en installaties worden conform de wettelijk eis periodiek gecontroleerd en gekeurd
- Minimaal 1 maal per jaar organiseren wij een ontruimingsoefening zodat medewerkers en kinderen weten wat zij moeten doen bij een (indicatie) van brand
- Op de locatie is er altijd een medewerker aanwezig die in het bezit is van een geldig Kinder-EHBO. Gangpaden en nooduitgangen zijn altijd goed door gangbaar. Eventuele obstakels worden direct verwijderd
Wij hebben een ontruimings-/calamiteitenplan
3.5 Vervoer van kinderen met de auto
Het veilig vervoeren van kinderen van school naar de BSO-locatie en, indien nodig, naar externe activiteiten is zeer belangrijk. Daarom hanteren wij de volgende afspraken en maatregelen.
3.5.1 Mondelinge afspraken met kinderen tijdens vervoer
Voor vertrek worden duidelijke mondelinge afspraken met de kinderen gemaakt over veilig en rustig gedrag in en rondom de auto. Daarbij gaat het onder andere om:
· Luisteren naar de medewerker en aanwijzingen direct opvolgen.
· Rustig blijven zitten tijdens de rit, met de gordel om.
· Geen deuren of ramen openen zonder toestemming van de medewerker.
· Tijdens het instappen en uitstappen dicht bij de medewerker blijven en goed op het verkeer letten.
De medewerker controleert of alle kinderen de afspraken hebben begrepen. Indien nodig worden de afspraken herhaald.
3.5.2 Chauffeur/medewerker
· De chauffeur beschikt minimaal één jaar over een geldig rijbewijs en heeft een geldige VOG.
· Het voertuig is adequaat verzekerd met WA- en inzittendenverzekering.
3.5.3 Gebruik autostoelen en gordels
· Alle kinderen zitten op een goedgekeurde zitplaats met werkende gordel.
· Kinderen tot 1.35 m gebruiken een passend autostoeltje of zitverhoger.
· Voor vertrek controleert de medewerker of alle gordels correct vastzitten.
3.5.4 Toezicht tijdens vervoer
· Instappen en uitstappen gebeurt altijd aan de stoepzijde of andere duidelijk veilige zijde.
· De chauffeur zorgt ervoor dat alle kinderen zitten en blijven zitten tijdens het vervoer.
· Telefoongebruik tijdens het rijden is verboden, behalve handsfree voor noodzakelijke communicatie.
· De kortste en veiligste routes worden gekozen; drukke of risicovolle oversteekplaatsen worden zoveel mogelijk vermeden.
3.5.5 Communicatie met ouders
· Ouders worden vooraf geïnformeerd dat vervoer per auto het onderdeel kan zijn van de opvang.
· Bij structureel vervoer wordt toestemming schriftelijk vastgelegd.
· Ouders worden via KidsAdmin/Ouderapp op de hoogte gehouden van uitstapjes en wijzigingen in vervoer.
4 Omgang met kleine risico's
Onze missie is onze kinderen een zo veilig en gezond mogelijke opvang te bieden. Hierbij willen we ongelukken of ziekte als gevolg van een bijvoorbeeld niet schoon of ondeugdelijk speelgoed voorkomen. Maar met over bescherming doen we de kinderen uiteindelijk ook geen goed. Daarom beschermen we de kinderen tegen onaanvaardbare risico’s. Een bult, een schaafwond of iets dergelijks kan gebeuren. Sterker nog, er zit ook een positieve kant aan:
• Het heeft een positieve invloed op fysieke gezondheid
• Het vergroot zelfvertrouwen, zelfredzaamheid en doorzettingsvermogen
• Het vergroot sociale vaardigheden
Daarom aanvaarden wij op onze opvang de risico’s die slechts kleine gevolgen kunnen hebben voor de kinderen en leren ze hier op een juiste manier mee om te gaan. Om risicovolle speelsituaties veilig te houden moeten kinderen zich daarom tijdens spelsituaties of activiteiten houden aan diverse afspraken. Daarnaast zijn er afspraken over hoe om te gaan met spullen als speelgoed en gereedschap, dit om te voorkomen dat door oneigenlijk gebruik letsel kan ontstaan.
Om gezondheidsrisico’s te beperken en de kinderen hieraan zelf bij te laten dragen zijn daarom goede afspraken met kinderen noodzakelijk. Voorbeelden van afspraken die met kinderen zijn gemaakt zijn het wassen van de handen na toiletbezoek of niezen en hoesten in de elleboog. Ook leren de jonge kinderen dat ze niet met de afvalemmer mogen spelen, maar wel zelf hun afval mogen gooien.
Wij leren kinderen actief om te gaan met (kleine) veiligheidsrisico’s. Door uit te leggen
waarom we met elkaar bepaalde afspraken hebben gemaakt en ze te leren hoe we risico’s op incidenten kunnen beperken, maken we ons verblijf nog veiliger.
We leren kinderen:
Dat zij niet met deuren mogen spelen.
Dat zij niet met elektriciteit, zoals stopcontacten en snoeren mogen spelen
Dat er in de hal en in de groepsruimten niet mag worden gerend
Dat speelgoed waarmee niet (meer) gespeeld wordt, wordt opgeruimd
Er mag niet met spullen gegooid worden tenzij dit voor een activiteit gewenst is
We stoeien niet bij ramen en deuren.
We houden rekening met elkaar
Aan te geven wanneer zij iets niet leuk of gepast vinden
We leren ze welke gedrag wel en niet gepast of gewenst is
Wat zij moeten doen bij een ontruiming / alarm
Dat als zij gemorst hebben met drinken, dit bij de groepsleiding te melden of op te
ruimen
Dat zij niet in de volgende ruimten mogen komen: achter de bar, keuken en de opbergruimtes/schoonmaakruimtes.
5 Risico-inventarisatie
Om een tot een goede risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid te komen, hebben wij gebruik gemaakt van de, voor de wet IKK, bestaande methode.
Wij hebben hiervoor gebruik gemaakt van:
- Gezondheidsmanagement, methode voor kinderdagverblijven van LCHV
- Veiligheidsmanagement, methode voor kinderdagverblijven van Stichting Consument
& Veiligheid
Deze methodes hebben als basisinstrument gediend voor het schrijven van dit Veiligheid en Gezondheidsbeleid en het inventariseren van de kleine en grote risico’s.
Aan de hand van deze inventarisatie hebben we de risico’s op onze locatie in kaart gebracht. De grote risico’s zijn reeds beschreven in hoofdstuk 3.
We zijn gestart met een zeer uitgebreide risico-inventarisatie en zullen elk jaar deze helemaal opnieuw doorlopen. Verder wordt er elk teamoverleg een thema uit dit veiligheid en gezondheidsbeleid onder de aandacht gebracht zodat er sprake is van een continue proces van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren.
6 Thema’s uitgelicht
6.1 Grensoverschrijdend gedrag.
Grensoverschrijdend gedrag door volwassenen of door kinderen kan een enorme impact hebben op het welbevinden van het getroffen kind. Op onze locatie heeft dit thema dan ook onze bijzondere aandacht. We hebben de volgende maatregelen genomen om grensoverschrijdend gedrag met elkaar te voorkomen en wat te doen als we merken dat het toch gebeurt:
· Tijdens team overleggen wordt regelmatig over het onderwerp gesproken om zo een open cultuur te creëren waarbij medewerkers elkaar durven aan te spreken.
· Wij leren kinderen hoe je met elkaar om kunt gaan waarbij respect is voor normen en waarden. Zo weten kinderen wat wel en niet toelaatbaar is, en wat gepast en ongepast gedrag is.
· Daarnaast leren we kinderen dat het belangrijk is dat ze het direct aangeven als zij bepaald gedrag ervaren dat niet wenselijk is. We helpen ze mondiger te maken op momenten dat dit nodig is.
De volgende maatregelen worden genomen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen:
· Alle medewerkers hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG verklaring).en staan ingeschreven in het personen register
· Er zijn duidelijke afspraken hoe er gehandeld moet worden als een kind een ander kind mishandeld op de opvang.
· Medewerkers kennen de afspraken hoe er gehandeld moet worden als een kind een ander kind mishandeld op de opvang.
· Er is een protocol wat te doen als kindermishandeling wordt vermoed.
· Medewerkers kennen het protocol wat te doen als kindermishandeling wordt vermoed.
Kinderen en grensoverschrijdend gedrag
Een onderdeel van het pedagogisch beleid is het leren omgaan met waarden en normen. Rekening houden met elkaar en weten wat wel en niet toelaatbaar is, voor volwassenen en kinderen, vormen hierbij belangrijke aspecten. We doen er alles aan om kinderen mondig te maken en leren ze aan te geven als zij bepaald gedrag niet wenselijk vinden. Ook leren wij ze welk (eigen) gedrag gepast en ongepast is.
Wij dragen de volgende waarden en normen over op de kinderen:
· Respect voor elkaar hebben en hierbij zelf het goede voorbeeld geven
· Respect te hebben voor de dieren en de natuur
· Open te zijn en verschillen te benoemen
Pesten is bijvoorbeeld een vorm van grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling. Het is belangrijk pesten nooit te onderschatten. Kinderen kunnen de gevolgen als gevolg hiervan hun hele leven meedragen. Een kind die zwakker en minder (sociaal) weerbaar is kan een gemakkelijk doelwit zijn van pesten. Bij vermoeden van pestgedrag volgen wij ons pestprotocol
Daarnaast bestaat er ook een Agressieprotocol (voor de medewerkers) Ondanks dat er grensoverschrijdend gedrag naar kinderen bedoeld wordt, is er ook een agressieprotocol opgesteld welke voor de medewerkers. Het fungeert als handvat bij grensoverschrijdend gedrag naar de medewerkers, bv vanuit de ouders.
In de werkzaamheden bij ons kinderdagverblijf kun je te maken krijgen met emotionele of agressieve mensen. Deze kunnen in allerlei situaties voorkomen en daarom ook indirect en/of direct invloed hebben op grensoverschrijdend gedrag naar kinderen. Voor de inhoud van het agressieprotocol verwijzen wij naar de Meldcode
Wanneer er een signaal is van grensoverschrijdend gedrag, maken wij gebruik van Protocol ‘kindermishandeling en grensoverschrijdend gedrag’ voor de kinderopvang. In de meldcode staat hoe gehandeld kan worden bij grensoverschrijdend gedrag.
6.2 Vier-ogenprincipe
Voor buitenschoolse opvang (BSO) is het wettelijk niet verplicht om het vier-ogenprincipe toe te passen. Desondanks hechten wij waarde aan openheid en sociale controle tijdens de opvangmomenten. De ruimte is overzichtelijk ingericht, en er is sprake van collegiaal contact en transparantie in de werkwijze.
Wanneer externe specialisten aanwezig zijn, vindt de opvang plaats binnen een open setting waarin zij niet ongezien of ongehoord met kinderen alleen kunnen zijn. Ook zijn er duidelijke afspraken over toezicht, communicatie en verantwoordelijkheden. Op deze manier wordt een veilige omgeving geborgd, zonder dat het vier-ogenprincipe formeel van toepassing is.
6.3 Achterwachtregeling
Als in een uitzonderlijke situatie er maar één medewerker aanwezig kan zijn en er geen andere volwassene op de locatie is, moet de achterwachtregeling worden toegepast. Dit betekent dat in geval van calamiteiten een achterwacht beschikbaar is die binnen vijftien minuten aanwezig kan zijn op de opvanglocatie. De (actieve) achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden.
De volgende personen zijn bereikbaar als achterwacht:
Aleksei Rubakha +31 611386428
Rob van Blokland +31 628972392
7 EHBO regeling
Op onze locatie doen we er alles aan om te voorkomen dat een kind letsel oploopt als gevolg van een ongeluk(je). Toch is dit helaas niet geheel te voorkomen. Daarnaast kunnen zich andere calamiteiten voordoen, waardoor EHBO noodzakelijk is. Om adequaat te kunnen handelen bij incidenten is het noodzakelijk dat er tijdens openingsuren op elke locatie minimaal één volwassene aanwezig is met een geldig en geregistreerd certificaat voor kinder-EHBO. Wij streven ernaar dat elke medewerker een EHBO certificaat heeft.
De volgende certificaten zijn aangewezen als passende kwalificatie voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen:
a. Eerste Hulp aan kinderen van Het Oranje Kruis;
b. Eerste Hulp van Het Oranje Kruis, voor zover afgegeven per 1 januari 2017;
c. Spoedeisende Hulpverlening bij Slachtoffers (SEHSO) van NedCert;
d. Acute Zorg bij kinderen van NIKTA;
e. Bedrijfshulpverlener Module Kind en Omgeving van NIKTA;
f. Acute Zorgverlener Module Kind en Omgeving van NIKTA;
g. Eerstehulpverlener Medic & Fire First Aid ® Europe Course van NIKTA;
h. Spoedeisende Hulpverlening bij Kinderen (SEHBK) van NedCert;
i. Acute Zorg aan Kind en Omgeving van de Nederlandse Vereniging Bedrijfshulpverlening;
j. Basis Eerstehulpverlener-LPEV met de aantekening Eerste hulp aan Kinderen van Stichting LPEV;
k. Eerste Hulp aan Baby’s en Kinderen van het Nederlandse Rode Kruis;
l. Eerste Hulp bij werken met kinderen van het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening;
m. Advanced Medical Responder: Eerste hulp Aan Kinderen (AMR3: EHAK IKK) van CIBOT;
n. Bedrijfshulpverlening Kind van CIBOT;
o. Eerste Hulp Bij Ongelukken onderwijs voor baby’s en kinderen van Livis.
Een kopie van het certificaat kinder EHBO hebben wij opgenomen in onze personeelsadministratie.
8 Beleidscyclus
8.1 Beleidscyclus
Onze beleidscyclus begint met jaarlijks een uitgebreide risico- en gezondheidsinventarisatie. Tijdens deze inventarisatie worden alle ruimtes systematisch doorgelopen en worden mogelijke risico’s en scenario’s in kaart gebracht. Op basis van deze bevindingen zijn – daar waar nodig – direct maatregelen genomen om de veiligheid en gezondheid binnen de opvang te waarborgen. Eventuele structurele verbeterpunten worden verder uitgewerkt in een actielijst. De uitkomsten van de inventarisatie vormen samen de basis voor ons veiligheids- en gezondheidsbeleid.
8.2 Plan van aanpak
Indien risico’s of onveilige situaties direct kunnen worden opgelost, gebeurt dit ook meteen. Wanneer directe actie niet mogelijk is, wordt het punt opgenomen op een actielijst. De houder is eindverantwoordelijk voor het opvolgen van deze lijst en draagt zorg voor een tijdige afhandeling van de actiepunten. Indien er sprake is van een echt onveilige situatie, wordt dit onmiddellijk verholpen. Als er geen sprake is van direct gevaar, kan een redelijke termijn worden gehanteerd waarin de maatregel alsnog wordt doorgevoerd.
8.2.1 Welke maatregelen worden genomen?
De risico-inventarisatie biedt inzicht in de actuele situatie rondom veiligheid en gezondheid binnen de opvang. Op basis hiervan zijn diverse verbeterpunten vastgesteld en waar nodig omgezet in concrete acties, met als doel de kwaliteit van de opvang te borgen en verder te verbeteren. De volledige lijst met actiepunten is opgenomen in de bijlage Actielijst.
8.2.2 Hoe worden maatregelen geëvalueerd?
Het onderwerp veiligheid en gezondheid is een vast onderdeel van elk werkoverleg. Eventuele knelpunten worden gesignaleerd en besproken, zodat er tijdig bijgestuurd kan worden. Hiermee waarborgen we dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid een doorlopend en levend proces is binnen de organisatie.
9 Communicatie en afstemming intern en extern
Intern en extern betrokkenen (pedagogisch medewerkers, pedagogisch medewerkers in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders)
We vinden het belangrijk dat medewerkers zich betrokken voelen bij het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Wanneer het beleidsplan voor veiligheid en gezondheid wordt opgesteld of bijgesteld, spelen zij dan ook allen een actieve rol hierin. Wanneer een nieuwe medewerker op de locatie komt werken zorgen we voor een uitgebreide introductie in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, met indien nodig eventuele extra opleiding en instructies. Zodanig dat deze persoon in staat is tot het nemen van maatregelen wanneer dit aan de orde is.
Tijdens team overleggen is het bespreken van mogelijke veiligheids- en gezondheidsrisico’s een vast agendapunt. Zo wordt het mogelijk zaken bespreekbaar te maken en direct bij te stellen. Medewerkers worden hierdoor vertrouwd met het geven van feedback aan elkaar.
Tijdens het intakegesprek berichten we ouders over onze activiteiten ten aanzien van veiligheid en gezondheid. Zo zijn ouders direct op de hoogte van onze visie ten aan zien van veiligheid en gezondheid. Daarnaast worden ouders via nieuwsbrieven en via de oudercommissie op de hoogte gehouden over onze activiteiten ten aanzien van veiligheid en gezondheid. Wanneer er vragen zijn van ouders worden deze zo mogelijk ter plekke beantwoord. Wanneer deze vraag voor meerdere ouders interessant is, wordt deze tevens in de nieuwsbrief opgenomen.
10 Ondersteuning en melding van klachten
Hoewel we ons uiterste best doen een helder en zorgvuldig beleid te voeren ten aanzien van veiligheid en gezondheid, kan het altijd voorkomen dat een medewerker of ouder een klacht heeft. We staan open voor feedback, en bespreken deze klacht het liefst direct met de medewerker of ouder zelf om tot een oplossing te komen.
In geval van een klacht wordt ouders vanuit de rijksoverheid het volgende stappenplan geboden:
Stap 1: Intern klachtenreglement
BSO KnapKwiek staat altijd open voor suggesties en verbetering. Wij verwachten daarom ook dat ouders met klachten m.b.t. het dagelijks werk en de pedagogisch medewerker, in eerste instantie besproken wordt met de betreffende medewerker zelf. Wij adviseren ouders daarbij om kort tijdens het breng of haalmoment aan te geven wat er is, zodat een geschikt moment afgesproken kan worden om in alle rust te praten. Wanneer ouders zich niet gehoord voelen of niet voldoende tevreden zijn, kunnen zij zich richten op de leidinggevende. Dit kan per mail. Meer over de interne procedure staat beschreven in ons intern klachtenreglement.
Stap 2: Klachtenloket Kinderopvang
Reageert de kinderopvangorganisatie niet binnen de gestelde termijn of neemt die de klacht niet serieus? Dan kan de oudercontact opnemen met het Klachtenloket Kinderopvang. Het klachtenloket Kinderopvang is een onderdeel van de Geschillencommissie Kinderopvang. Van het loket krijgt u advies en informatie. Ook kunnen zij bemiddelen tussen u en de kinderopvangorganisatie. Deze dienst is gratis.
Ook als ouders de klacht niet eerst intern willen bespreken of de klacht gaat over de houder van het kinderdagverblijf, dan kunnen ze meteen extern om raad en advies vragen bij, en zich wenden tot het Klachtenloket Kinderopvang.
Klachtenloket Kinderopvang: www.klachtenloket-kinderopvang.nl
Stap 3: Geschillencommissie
Is de klacht hierna nog niet opgelost? Dan kan de ouder het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang. De ouder betaalt hiervoor een beperkte vergoeding (klachtengeld). Om dit te kunnen doen, moet de ouder eerst onze interne klachtenprocedure doorlopen. BSO KnapKwiek is aangesloten bij de Geschillencommissie.
Geschillencommissie Kinderopvang:
11 Veiligheid en privacy
Wij waarborgen de privacy van de kinderen door ons aan de privacywet te houden.
Een belangrijk onderdeel binnen ons veiligheidsbeleid is het op een goede manier omgaan met en het respecteren van de privacy van kinderen, ouders en medewerkers. Om het risico op misbruik te voorkomen, geven wij hier op de volgende manier vorm aan:
- Afbeeldingen of filmbeelden van kinderen worden nooit zonder toestemming van met buitenstaanders gedeeld, ook niet via het internet. Aan de ouders wordt hiervoor toestemming gevraagd middels het toestemmingsformulier bij intake op het intakeformulier. Bij het maken van foto’s wordt er rekening gehouden dat kinderen minimaal een hemd &onderbroek of zwemkleding aanhebben. Er worden nooit naaktfoto’s of foto’s in alleen onderbroek gemaakt en verstuurt.
- We doen er alles aan om een roddelcultuur te voorkomen en spreken elkaar hierop aan op het moment dat dit toch plaatsvindt.
- Wij verstrekken geen persoonlijke informatie aan andere ouders of derden zonder dat de betreffende persoon hier toestemming voor heeft gegeven of dat hier echt noodzaak voor is. Foto- en filmmateriaal dat door de pedagogisch medewerkers of anderepersonen gemaakt is, blijft eigendom van BSO KnapKwiek.
- Wij vinden het normaal en vanzelfsprekend dat ouders bij bepaalde gelegenheden b.v. bij de verjaardag van hun kindopnamen/foto's maakt van de groep waar hun kind opgevangen wordt. Er wordt vanuit gegaan dat deze opnamen/foto'salleen gebruikt worden in eigen huiselijke kring.
Bijlagen
Ter inzage/ op te vragen bij BSO Knapkwiek.
Hoofdstuk
Stappenplan ongevallen en registratie ongevallen 3.1.1
Ongevallenregistratieformulier 3.1.1
Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling met o.a.
· Pestprotocol 3.2 / 6.1
· Agressieprotocol 3.2 / 6.1
Protocol vermissing 3.2
Richtlijnen Binnen- en buitenmilieu voor kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang van het LCHV www.rivm.nl/binnenmilieu/binnen-buitenmilieu-basisscholen-kinderopvang 3.3
Hygiënecode voor kleine instellingen in de branche Kinderopvang,
Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening en Jeugdzorg
Hygiënerichtlijnen voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en
buitenschoolse opvang www.rivm.nl/hygienerichtlijnen/kinderopvang 3.3
Medicijnprotocol 3.3
Ontruimings-/calamiteitenplan 3.4
Richtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid; Informatie
Over ziektebeelden voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en
buitenschoolse opvang 4.3
Risico-inventarisatie Gezondheid op basis Gezondheidsmanagement, 5
methode voor kinderdagverblijven van LCHV
Risico-inventarisatie Veiligheid op basis Veiligheidsmanagement,
methode voor kinderdagverblijven van Stichting Consument & Veiligheid 5
Actielijst met thema’s veiligheids- gezondheidsbeleid 8.2.1
Intern klachtenreglement 11.1